Overdenking: Maart 2018

 

Het voorjaar is in aantocht met haar veelheid aan kleuren en pracht. We weten nog niet wat dit ons zal brengen, maar dat is toekomst. Het enige wat wij weten is dat er een toekomst is, maar invullen kunnen we het pas achteraf. Dat is voor de een vervelend, maar voor de ander een blij vooruitzicht, want wij hebben iets te verwachten. Vaak hoor ik van teleurstellingen, men had zich een ander beeld voorgesteld dan de werkelijkheid laat zien. Dat komt vaak doordat het leven zich anders aandient dan wij verwachten. Wij verwachten vaak dat elke weg glad is als asfalt, maar er zijn ook ander wegen waar je niet blindelings over kunt gaan. Dat is dan een tegenvaller, want ik had juist gedacht dat het wel mee zou vallen. Veel kuilen en gaten in de zandwegen zijn al geslecht en dat brengt juist het grote gevaar, want je bent er niet op bedacht dat er nog terdege kuilen in de wegen kunnen zijn. Zo val je al slapend van de ene tegenvaller in de andere. Veel mensen zijn zo met hun voorspoed bezig dat ze vergeten dat er ook tegenspoed bestaat, maar die bestaat echt, daarom is alert zijn een must. Zo is het ook in het geestelijke leven, we willen zelf de vinger aan de pols houden, maar vergeten die polsslag te tellen, zeker als de toekomst zo zonnig lijkt te verlopen. Maar wij zijn niet in staat alles te controleren, er zijn grenzen aan ons kunnen. Zo is ook de medische wetenschap in al haar kennis toch begrenst, en die grens kan bepalend zijn voor hun conclusie. Heb ik dan geen eerbied voor medici? Zeker wel, maar ook zij kennen hun grenzen, en de eerlijkheid gebied dit te erkennen. Eigenlijk is er maar één die over alle grenzen heen kan zien, de maker van het leven, God de Vader. Maar is die Vader wel binnen ons handbereik, is die niet te ver bij ons vandaan? Dat is een vergis van veel mensen, zij menen dat God, als Hij al bestaat, geen bemoeienis met ons mensen wil hebben. Maar er zit een kuil in deze redenering, namelijk de twijfel of God wel bestaat. Die kuil zullen we eerst moeten slechten, want God bestaat, Hij openbaart zich aan ons mensen door Jezus Christus. Hij heeft bemoeienis met ons uit liefde. God heeft de wereld zo lief dat Hij zijn enige Zoon gaf, opdat een ieder die in Hem geloofd niet verloren zal gaan, maar eeuwig zal leven. Dit schrijft Hij in het boek dat wij de Bijbel noemen. Zie het evangelie van Johannes hoofdstuk 3:16. Nou moet je dat geloven als je contact met Hem wilt hebben. Dit kan eenvoudig, zoals ook de vragensteller in dat stukje, Nicodemus, ons laat zien. We hoeven niet de halve wereld er bij te halen om met Hem in gesprek te gaan, het kan eenvoudig op de plek waar je bent. Daar is geen kerk of welk groot gebouw voor nodig, een eenzame kamer of plek in de buitenlucht is voldoende. Hij vraagt ook geen erkenning of geloof, dat biedt Hij u aan, als u zich tot Hem wendt. Is dan de Bijbel wel waar? De Bijbel noemen wij Gods woord, hiervan staat beschreven dat het een tweesnijdend zwaard is die uit de mond van Jezus uitgaat. Dit staat in Openbaringen 1:16. Dat hier Gods woord bedoeld wordt bevestigen andere Bijbelboeken, waarvan ik slechts één wil noemen, Hebreeën 4:12-13. “Want het woord Gods is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt door, zo diep, dat het vaneenscheidt ziel en geest, gewrichten en merg, en het schift overleggingen en gedachten des harten; en geen schepsel is voor Hem verborgen, want alle dingen liggen open en ontbloot voor de ogen van Hem, voor wie wij rekenschap hebben af te leggen”. Er zijn veel plaatsen te vinden waar dit bevestigd wordt. Daarom is het belangrijk Hem aan te roepen in uw kamer of, als u dat op een stille plaats wilt, Hij wil contact met U.

J. Mulder